zondag 10 augustus 2014

reisverslag 2000

1
Dierenaard bestaat hier, ongeaarde dierlijke aarden.

Ook zijn er natuurverschijnselen.
Er zijn stofstormen met buitenmetelijke snelheid, resulterend in een kolk.
En er zijn geluidsontladingen, abrupt beginnend abrupt eindigend, 
met een wisselend volume aanzwellend, wegebbend, rondzingend en oneindig veelklankig, soms kortstondig soms langdurig.
En er zijn geurgolven, die plantig zijn.
En er zijn lichtontvlammingen, ook abrupt beginnend abrupt eindigend, soms kortstondig soms langdurig, en van ongeëvenaarde felheid.

Het is hier nooit donker en kleur bestaat los van licht.

Het is hier een horizontaal plateau.
De bodem is een vlies waar doorheen gebroken moet worden en dit kan van beide kanten; er is aankomen en vertrekken.
Het vlies is meegevend en na doorbraak snel herstellend.
Boven het vlies, zo`n vijftig meter erboven, is een golvend plafond, onzichtbaar, waarbuiten het niets.
Het plateau zelf is oneindig in lengte en breedte en over het hele plateau zijn de condities dezelfde.

Er is permanente beweging.
Hier vertoef ik waar geen middelpunt is, éen allesomvattende vibratie, steeds wisselend.

Van buitenaf bestaat hier niet; het is allemaal binnen.
En allemaal wil zeggen iedereen, en iedereen wil zeggen alles, en alles wil zeggen het, en het wil zeggen wat het is.

Er is geen acclimatisatie; kom je aan dan ben je er.

Als je je hier bevindt, ben je als energie deel van de vitale materie.
Er is louter zuivere materie. 


2
Doordat er hier geen tijd is, is er geen vooruitgang en geen achteruitgang.
Alle energie is energie en als zodanig gelijk.
Geen twee energieën zijn kwa vorm en kwa inhoud hetzelfde, maar er is geen rangorde.

Door het vlies naar deze sfeer komen is louter een organische zaak, 
zoals ook de omgekeerde richting een organisch gebeuren is.

Het aardse bestaan is het domein van het leven en het leven bestaat bij gratie van deze sfeer.
Deze sfeer is het ware domein van de vitale materie.

Een leven is een uitje, een diversement, een excurie, een avontuurtje.
En de ene energie maakt een uitje als roos, en de andere energie maakt een uitje als mens, en de andere energie maakt een uitje als koe, 
en de andere energie maakt een uitje als paling, en de andere energie maakt een uitje als schildpad.
En de ene roos staat in een kas, en de andere roos in een tuin, en de andere in een woestijn, 
en de ene mens slaapt op de aarde, en de andere tussen lakens, en de andere in een hangmat.

Geboorte trekt aan en stoot af en Dood trekt aan en stoot af, 
omdat deze passages door het vlies voor wie er getuige van is een moment bewerkstelligen van herconnektie met de naakste vitaliteit.

Het is een sfeer waartegen geen verweer is.
In deze sfeer verkeren is verkeren in een sfeer die verkeert en verkeert.

De transformaties hier zijn als een natuurverschijnsel, zonder afval, 
een continue transformatie van iedere energie, van eenvoudige constructie naar complexe constructie 
naar eenvoudige constructie naar complexe constructie naar eenvoudige constructie, enzoverder.
Geen twee constructies zijn ooit hetzelfde, niet in vorm niet in kleur.

Het is hier nooit donker en kleur bestaat los van licht.

Het zijn de constructies die kwa vorm voldoen aan de passagevoorwaarden, die door het vlies deze sfeer verlaten 
en in welke aardse gestalte dan ook hun aardse uitje hebben.


3
Pas tijdens het aardse uitje ontstaat de identificatie met het fenomeen differentiatie. 
En des te verstrikter in het fenomeen differentiatie des te verstrikter in het leven. 
Geen enkel concept dat zijn oorsprong vindt in het fenomeen differentiatie krijgt hier natuurlijke ondersteuning
(zoals rechtvaardigheid, groei anders dan biologisch, morele superioriteit, enzoverder).

Het plateau bevindt zich aan de uiterste rand van de verschijnselen.
Het is een werkelijkheid die geen schijn is.
Fijn dus, voor wie niet van schijn houdt.




© mc 2000-2014





terug naar 1n (inhoud)





.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten