zaterdag 2 augustus 2014

een lichte bries

I

1
Schokkend werkt de volgepropte metrotrein zich door de bocht

Aarzelend raakt de hand de glimmende buisleuning
het haar ordeloos
het gezicht bloedeloos
de mond droog
de vingers spannen zich

Door welke lichamelijke pijn kan ik nog gewezen worden op de begrenzingen die enkel ik kan voelen?

2
Een kwartier voordat de eindhalte bereikt is, heeft men zich al en masse naar de uitgangen begeven
Zij heeft de ogen gesloten en niets verroerd
De horten en de stoten werken verwarrend

Door het gekrijs van de meeuwen komt ook zij in beweging
Zij negeert het gesis en zij negeert de beledigingen die erop volgen
Zij baant een weg door de ontstane chaos

Voor de etalageruit houdt zij halt
Zij zoekt het spiegelbeeld
de hooggehakte schoenen los
de kokervormige rok strak
de geparfumeerde zakdoek verloren
de schijnbare doelgerichtheid nog onaangetast

3
De komst hier heeft te maken met prettige herinneringen
Een verlaten badplaats
Een ochtendbries, die de bladeren van de boulevardbomen nauwelijks merkbaar doet ritselen
Een stralend onschuldig verlangen gekust te worden

En de komst hier heeft te maken met onprettige herinneringen
Het insinuerende gegrinnik van de omstanders, wanneer het sap van de vrucht langs de kin op de stukgelopen plavuizen druipt
De metallieke draaimolenstem, die blijft uitnodigen voor de volgende rit
Het geren van de achterblijvers, wanneer de tedere regen haar schaduwvlekken achterlaat op het omgewoelde strand

4
Zij gaat de winkel binnen en legt het geld op het daartoe bestemde geribbelde rubber
Een doosje lucifers
Geen reaktie
Sorry
Het gesprek stokt
Tussen de transparante lakens licht het liefdesvlees op
Het wordt een opstootje
De bodybuilder wint
Er wordt uitbundig gevlagd
Er wordt geroepen gaat iedereen mee?

En nadat eindelijk de kleedjes van de tafeltjes genomen zijn
de stoelen opgestapeld
de laatste parasols dichtgeklapt
beseft zij dat het prachtig was wat zij gezien heeft


II

1
Zij loopt harder nu, kijkt niet meer achterom
De schoenen schopt zij uit
De tas slaat met onregelmatige klappen tegen de heup
Zij lacht

De zon staat op zijn laagst
De langgerekte dubbelgangster drukt zich plat tegen het beton
In de jaszak bevindt zich het verfrommelde papiertje met het adres
En zonder te aarzelen deze keer slaat zij linksaf

Op dit uur geen enkele verdwaalde passant in dit stuk niemandsland tussen twee rijen huizen waarvan de toevallige bewoners de gordijnen gesloten houden

2
Er wordt gefluisterd
zij heeft kanker
wordt er gefluisterd
zij heeft kanker

3
Het pand heeft een glazen entree en geen bel
Het moment waarop zij de bestemming bereikt zwaait de deur automatisch open en zonder de pas in te houden gaat zij naar binnen

In het trapportaal brandt genadeloos het felle tl

4
Er wordt gefluisterd
zij moet in bed blijven
wordt er gefluisterd
zij moet in bed blijven

5
Zij danst
alsof zij nooit eerder danste

Er is geen muziek
zij danst
alsof zij nooit eerder danste

De huid is dun en gerimpeld en blank
zij danst
alsof zij nooit eerder danste

De irissen krijgen de kleur van de zee die zich sluit boven het gezonken schip
zij danst
alsof zij nooit eerder danste

Vleesbloemen groeien in de winterzon
Zij danst

6
De trap is steil
De loper versleten
Sommige roeden liggen los
De lange nagels raken de palm van de hand wanneer zij de balustrade vastgrijpt
Daar hoort zij – zachtjes – de muziek

Zij zweert dat zij ze vannacht zal gaan kussen, al die monden die zij niet kuste
Deze nacht zal zij ze kussen met de adem van de dans

7
De gedemte geluiden komen vanuit een zwaar gestoffeerde kamer

Staand in de deuropening ziet zij het gezelschap van schutkleur veranderen
Zij – de indringster – heeft moeite met de herinnering
Wat heb ik in de loop van de jaren over het gevaar gehoord?
Zij kan de eens vertrouwde stemmen niet langer scherp krijgen

Staand in de deuropening laat zij de blik over de hoofden scheren
Stil aan de muur spreekt uit het schilderij de geruststelling dat zij hier ondanks alles op het juiste adres is

Staand in de deuropening dwingt zij de ogen te zwijgen, waarop het gemompel onhoorbaar wordt
Er komt beweging in het tableau
Er wordt geschreeuwd
laat die muziek ophouden!
wordt er geschreeuwd
laat die muziek ophouden!

Stoelen worden driftig naar achteren geschoven
Op de tafel wankelt het porseleinen servies
Het melkkannetje valt om

Dit is het teken waarop zij wachtte
Zij doet een stap – een sprong – naar voren
Zij valt op de knieën en met gulzige halen likt zij het witte vocht van de vloer

8
Er wordt gefluisterd
zij had toch kanker?
wordt er gefluisterd
zij had toch kanker?

9
Eén van de aanwezigen begint onwennig te klappen
De anderen volgen

Men gaat staan
De voeten trappelen

Het raam wordt geopend
De avondwind rukt de laatste remmingen weg

Het applaus wordt onstuitbaar
Het bravogeroep klinkt in alle toonaarden

Het is een wonder!
Het is een wonder!

10
Op straat blijft zij staan
De auto staat voor
De motor draait stationair en haar Innigste is achterin gaan zitten

Dit is het uur waarop in het café de jukebox een meezinger geeft terwijl de waard ongemerkt een rondje tapt van de zaak


III

1
Zij legt het pakje sigaretten op het dashboard
Nadat zij de aansteker teruggeduwd heeft zet zij de radio harder
Lekker nummer dit knikt zij in de achteruitkijkspiegel
Er worden een paar zinnen meegezongen
De herinnering verbastert de tekst
Ergernis, maar lachen
De Innigste zwijgt

Zij zou willen rennen
Weg uit de wagen – de capsule – waardoor zij al jaren in geïsoleerde sferen gebracht wordt

2
De korstige lippen korsten open wanneer zij begint te praten
Jij hebt zo'n zachte mond fluisterde de Innigste in het oor
Ha! het klinkt schril
De Innigste kijkt op
Nee alles prima gebaart zij

Zij stelt de buitenspiegel bij
De koude wind
Het verroeste mechaniek biedt een welkome weerstand
Zij draait het raam helemaal open
Geen verontschuldiging

Zij wrijft over de dijbenen
En zij vangt een kuchje van de Innigste op

3
Ze zijn te vroeg
De deuren zijn nog gesloten, de verlichting is nog spaarzaam

De Innigste knoopt haar jas dicht en loopt weg op een manier die suggereert dat zij met deze stad bekend is

Hier kom naakt hier
denkt zij
en zij roept
ik zie jou zo aan in de ingang

Ja prima roept de Innigste terug, terwijl zij haar kraag dichtknoopt
Ja prima
zegt zij
en zij denkt
nee blijf hier, naakt hier

4
In het theater is het druk
De foyer gonst
De reputatie van de voorstelling rechtvaardigt een tegenspanning en men is bezig een waardig publiek te worden

Alleen staat zij daar
De ogen schijnbaar blind
Zij zal toch niet?

Zij kan niet langer stil blijven staan
Zij zou willen rennen

Geobsedeerd geeft zij gevolg aan een golvende beweging die het gewicht van de ene voet naar de andere voert
De tenen pakken de grond en laten los en pakken de grond en ik ga flauw vallen en pakken de grond

5
Eenmaal in de zaal gezeten pakt de Innigste de hand
Zij glimlacht en draait het hoofd naar de Innigste toe
De lippen van de Innigste zijn strak gespannen, haar ogen gefixeerd op een plooi in de fluwelen voorhang
Zij pakt de hand terug om het programma om te slaan

De kroonluchters dimmen en het ijzeren brandgordijn wordt opgetrokken

6
Het sneeuwt
De vlokken – nog maar net bevroren – slaan tot water op de verwarmde voorruit
Het geluid van de ruitenwisser overstemt het geluid van de motor overstemt het geluid van de stem
De naald van de snelheidmeter onbeweeglijk;
de auto lijkt stil te staan
de auto lijkt honderdzestig kilometer per uur te rijden

En dan vraagt zij het zullen wij? jij en ik? samen éen huis? samen éen bed?

Heeft de Innigste het gehoord?

7
Zij zou willen rennen, lachend en zingend, tot waar de richtingaanwijzers ophouden hun smoezelige smoezen te fluisteren
Waarom ben je hier?
Waar ga je naar toe?
Hoe lang nog voor het onherroepelijke afscheid?

Zij wordt bij vlagen een beetje maf in het hoofd 
wanneer de Innigste naast haar ademt op een manier die suggereert dat zij op het punt staat 
drievoudig verkracht te worden

8
Zij zou loom en lenig willen bewegen
Weg uit deze cocon van voorbedachte redenen
Afspraken gemaakt met een telefoonstem
Soepel en opgewekt

En vooral zonder lust; een schone klus, een droge kus
Dag ja, tot vlug ja
De Innigste stapt uit

Zij acceleert
En remt
Achteruit
Het hart klopt niet
De hand zoekt de handel
Het hart klopt
De deur springt van het slot
De ijzige wind
Zij wordt bijna de nacht ingetrokken
Zij stopt
Half uit de wagen hangend roept zij naar de verdwijnende rug 
niet meer wachten
Nooit meer wachten
fluistert zij

Heeft de Innigste het gehoord?





© mc 1976-2014





terug naar 1n (inhoud)




Geen opmerkingen:

Een reactie posten